Informatie in het Nederlands

Werkwoorden in andere talen

Informatie over Spaanse werkwoorden in andere talen...
Español Deutsch English

Conjugar verbo


 

Lista de verbos

verbfinder.com

Añadir a Google

Spaanse werkwoorden voor beginners

ImprimirCorreo electrónico

Wil je beginnen met het leren en oefenen van Spaanse werkwoorden en weet u niet hoe? In dit artikel vind je suggesties om te beginnen met het leren van regelmatige en een aantal vaak gebruikte onregelmatige werkwoorden.

Persoonlijke voornaamwoorden

In het Spaans worden persoonlijke voornaamwoorden op ongeveer dezelfde manier gebruikt als in het Nederlands. In het Spaans is het echter niet nodig om in iedere uitdrukking het voornaamwoord (nominatief/onderwerp) te gebruiken, omdat dat het onderwerp meestal uit de werkwoordsvorm en/of de context blijkt. In het Spaans worden deze slechts gebruikt om de nadruk te leggen. Zie hieronder een tabel met een overzicht:

enkelvoud meervoud
yo ik nosotros wij (een groep met minimaal één man)
nosotras wij (een groep met alleen vrouwen)
jij vosotros jullie (informeel, een groep met minimaal één man)
vosotras
jullie (informeel, een groep met alleen vrouwen)
él hij ellos zij (een groep met minimaal één man)
ella zij ellas zij (een groep met alleen vrouwen)
usted u ustedes jullie (formeel)

Vervoeging van regelmatige werkwoorden

Er zijn drie basistypen Spaanse werkwoorden. Deze onderscheiden zich in de uitgangen -ar, -er en -ir. Ieder type heeft een eigen manier van vervoegen. Voorbeelden van geheel regelmatige werkwooden zijn:

  • uitgang -ar: hablar (spreken)
  • uitgang -er: comer (eten)
  • uitgang -ir: vivir (leven)

Het is raadzaam te beginnen met leren van de tegenwoordige tijd van de aantonende wijs (presente de indicativo). Deze wordt gebruikt voor het uitdrukken van feitelijke gebeurtenissen in het heden.

Het werkwoord hablar (spreken) is het model voor alle regelmatige werkwoorden eindigend op -ar.

enkelvoud meervoud
yo hablo ik spreek nosotros / -as hablamos wij spreken
tú hablas jij spreekt vosotros / -as habláis jullie spreken
él / ella / usted habla hij / zij / u spreekt ellos / -as / ustedes hablan zij / zij / jullie spreken

Het werkwoord comer (eten) is het model voor alle regelmatige werkwoorden eindigend op -er.

enkelvoud meervoud
yo como ik eet nosotros / -as comemos wij eten
tú comes jij eet vosotros / -as coméis jullie eten
él / ella / usted come hij / zij / u eet
ellos / -as / ustedes comen zij / zij / jullie eten

Het werkwoord vivir (leven) is het model voor alle regelmatige werkwoorden eindigend op -ir.

enkelvoud meervoud
yo vivo ik woon nosotros / -as vivimos wij wonen
tú vives jij woont vosotros / -as vivís jullie wonen
él / ella / usted vive hij / zij / u woont ellos / -as / ustedes viven zij / zij / jullie wonen

Hieronder een paar zinnen met regelmatige werkwoordsvormen. Merk hierbij op dat het voornaamwoord niet gebruikt hoeft te worden, omdat deze uit de context en de vorm blijkt:

Vivo en España.
Ik woon in Spanje.

Señor, ¿Habla inglés?
Meneer, spreekt u Engels?

Vervoeging van vaak gebruikte onregelmatige werkwoorden

Veel vaak gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig. Omdat ze vaak gebruikt worden is het handig de vervoegingen ervan te kennen. Voorbeelden van vaak gebruikte onregelmatige werkwoorden zijn:

  • ser (zijn, bestaan): yo soy, tú eres, él es...
  • hacer (doen, maken): yo hago...
  • haber (hebben): yo he, tú has...
  • tener (hebben, bestaan): yo tengo, tú tienes...
  • estar (zijn, zich bevinden): yo estoy...
  • ir (gaan): yo voy, tú vas...
  • querer (willen): yo quiero, tú quieres

Je zult wellicht opgemerkt hebben dat er twee varianten van het werkwoord zijn zijn: ser en estar. In het kort betekent ser zijn, bestaan en wordt gebruikt voor feiten die niet veranderen. Bijvoorbeeld:

Ana es Española.
Ana is Spaanse.

estar betekent zich bevinden en wordt gebruikt om een toestand of een tijdelijke situatie uit te drukken. Bijvoorbeeld:

Ana está en España.
Ana is in Spanje. (Ana bevindt zich in Spanje.)

Het is wat complexer dan dit, maar het voert te ver voor dit artikel om hier verder op in te gaan.

Je zult wellicht ook opgemerkt hebben dat er twee varianten van het werkwoord hebben zijn: haber en tener. In het kort wordt haber gebruikt als hulpwerkwoord voor samengestelde tijden en wat standaard uitdrukkingen. Bijvoorbeeld:

Anoche hemos visto una pelicula.
Gisteravond hebben we een film gezien.

tener betekent bezitten, in bezit hebben. Bijvoorbeeld:

Mi gato tiene ojos azules.
Mijn kat heeft blauwe ogen.

Lees meer voorbeeldzinnen bij de vervoegingen van de desbetreffende werkwoorden.