Werkwoord vervoegen

verbfinder.com

Werkwoorden top 10

  1. hacer
  2. ser
  3. ir
  4. haber
  5. estar
  6. tener
  7. leer
  8. decir
  9. poder
  10. ver

Dit artikel gaat over het gebruik van wijzen en tijden bij werkwoorden.

In het Spaans worden werkwoorden vervoegd in vier wijzen: de aantonende wijs (indicativo), de aanvoegende wijs (subjuntivo), de voorwaardelijke wijs (condicional) en de gebiedende wijs (imperativo). Iedere wijze omvat één of meerdere tijden of samengestelde tijden. Lees verder als je meer te weten wilt komen over het gebruik van deze wijzen en tijden. Dit artikel gaat uit van enige basiskennis over Spaanse werkwoorden.

Aantonende wijs

De aantonende wijs (modo indicativo) wordt gebruikt om de reële wereld te beschrijven: dat wat is (tegenwoordige tijd), dat wat was (verleden tijd) en wat zal zijn (toekomende tijd). De modo indicativo is de meest gebruikte wijze.

Tegenwoordige tijd

De tegenwoordige tijd (presente de indicativo) wordt gebruikt om gebeurtenissen te beschrijven die zich afspelen op het moment van spreken. Bijvoorbeeld:

Juanita canta una canción.
Juanita zingt een lied.

Het wordt gebruikt voor terugkerende gebeurtenissen. Bijvoorbeeld:

Lydia nunca desayuna por la mañana.
Lydia ontbijt nooit 's ochtends.

Het kan gebruikt worden voor toekomstige acties. Bijvoorbeeld:

El verano que viene mis amigos se van de vacaciones a los Estados Unidos.
Komende zomer gaan mijn vrienden op vakantie naar de Verenigde Staten.

Het wordt gebruikt voor bevelen. Bijvoorbeeld:

Ahora mismo vas a casa de José y traes el libro.
Je gaat nu naar het huis van José en brengt het boek.

Het kan gebruikt worden om te refereren naar een gebeurtenis in het verleden. Bijvoorbeeld:

Ayer estaba con Carlitos en el parque y de pronto viene Carla y me dice: ¿A quién esperas?
Gisteren was ik met Carlitos in het park en ineens komt Carla en zegt me: Op wie wacht je?

Onvoltooid verleden tijd

De onvoltooid verleden tijd (préterito imperfecto) wordt gebruikt voor het beschrijven van een actie die in het verleden is begonnen zonder aan te geven of deze reeds beëindigd is of niet. Bijvoorbeeld:

<<Voorbeeld>>

Het wordt gebruikt voor zaken in het verleden met een herhalend karakter. Bijvoorbeeld:

Pepe leía muchos tebeos cuando era pequeño.
Pepe las veel strips toen hij jong was.

Het wordt gebruikt voor details als: tijd, plaats, uur, jaar, gevoelens, mentale en fysieke aspecten. Bijvoorbeeld:

Hacía frío durante la noche.
Het was koud gedurende de nacht.

Pretérito indefinido (verleden tijd)

De pretérito indefinido wordt ook wel pretérito perfecto simple genoemd.

Het wordt gebruikt om gebeurtenissen in het verleden uit te drukken. Deze gebeurtenissen zijn altijd beëindigd. Bijvoorbeeld:

¿Qué pasó?
Wat gebeurde er?

Er zijn woorden die horen bij de pretérito indefinido: ayer (gisteren), anteayer (eergisteren), anoche (gisteravond), una vez (een keer), dos veces (twee keer), la semana pasada (afgelopen week), etc.

Mi hermano llegó ayer.
Mijn broer kwam gisteren aan.

De pretérito indefinido en imperfecto in kunnen in dezelfde zin voorkomen.

Cuando navegábamos el domingo pasado nos cayó un chaparrón enorme.
Toen we aan het zeilen waren afgelopen zondag kregen we een enorme regenbui over ons heen.

Toekomende tijd

De toekomende tijd (futuro) wordt gebruikt voor het beschrijven van toekomstige gebeurtenissen. Er is altijd een zekere mate van onzekerheid of de beschreven gebeurtenis daadwerkelijk plaats gaat vinden. Bijvoorbeeld:

La próxima semana te escribiré.
Volgende week zal ik je schrijven.

Verder wordt de futuro gebruikt voor...

...speculaties betreffende het heden:

¿Qué hora será?
Hoe laat zou het zijn?

...waarschijnlijkheid betreffende het heden:

Serán las cuatro.
Het zal vier uur zijn.

...een indirect citaat:

Elena dice que vendrá la semana que viene.
Elena zegt dat ze volgende week zal komen.

Aanvoegende wijs (subjuntivo)

De modo subjuntivo wordt gebruikt om ideeën die niet in het domein van het feitelijke passen: concepten die hypothetisch in plaats van feitelijk zijn. Het gaat hierbij om de gevoelens die de spreker heeft ten opzichte van de situatie of gebeurtenis.

Presente

De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (presente de subjuntivo) wordt gebruikt in uitdrukkingen met ser + adjetivo (zijn + bijvoegelijk naamwoord) waar het niet gaat om het feit, maar om de mening van de spreker ten opzichte van de (hypothetische) situatie of gebeurtenis. Bijvoorbeeld:

Es posible que mañana llueva.
Het is mogelijk dat het morgen regent.

Es bueno que trabajes mucho.
Het is goed dat je veel werkt.

In de volgende twee voorbeelden wordt de modo indicativo (aantonende wijs) gebruikt, omdat ze uitgaan van een feit of de zekerheid van een feit.

Es seguro que mañana llueve.
Het is zeker dat het morgen regent.

Es verdad que trabajas mucho.
Het is waar dat je veel werkt.

Maar:

No es seguro que mañana llueva.
Het is niet zeker dat het morgen regent.

No es verdad que trabajes mucho.
Het is niet waar dat je veel werkt.

De subjuntivo wordt gebruikt na uitdrukkingen van:

verlangen Quiero que... , Ojala que...
bevel El manda que...
verzoek Te pido que...
advies Te aconsejo que...
verhindering El guardia impide que...
suggestie Ella sugiere que...
uitnodiging Te invito que...
aandringen Insisto que...
eis Exijo que...

Pretérito imperfecto (onvoltooid verleden tijd)

Wanneer het werkwoord waarop de modo subjuntivo is gebaseerd in de pretérito indefinido, imperfecto, pluscuamperfecto of condicional is, moeten we de pretérito imperfecto de subjuntivo gebruiken. Bijvoorbeeld:

Me había alegrado de que hiciera sol.
Ik zou het prettig hebben gevonden als de zon had geschenen.

Toekomende tijd

De futuro de subjuntivo wordt zeer weinig gebruikt. Daarom behandelen we het gebruik van deze tijd hier niet.

Voorwaardelijke wijs

Se utiliza para expresar incertidumbre, particularmente (pero no exclusivamente) en oraciones condicionales.

Si yo comiera más, estaría muy gordo. (no es probable que coma más)
Als ik meer zou eten, dan zou ik heel dik zijn. (het is niet waarschijnlijk dat hij meer eet)

De modo condicional wordt soms beschouwd als tijd in plaats van een wijze.

Gebiedende wijs

De gebiedende wijs, ook wel imperatief (imperativo) drukt een bevel, verzoek of verbod uit. Er zijn twee soorten: bevestigend (afirmativo) en ontkennend (negativo).

Bevestigend

Bijvoorbeeld:

¡Canta!
Zing!

Siéntese usted.
Ga zitten.

Ontkennend

De imperativo negativo wordt altijd afgeleid van de subjuntivo presente. Bijvoorbeeld:

¡No cantes!
Zing niet!

No se siente usted.
Ga niet zitten.

Samengestelde tijden

Samengestelde tijden (tiempos compuestos) zijn uitdrukkingen met het hulpwerkwoord haber + participio (hebben + deelwoord).

Pretérito perfecto (compuesto)

Dit wordt gebruikt om gebeurtenissen in het verleden, maar dichtbij het heden uit te drukken. Het is gebruikelijk om de volgende tijdsaanduidingen te gebruiken: hoy (vandaag), esta mañana (vanmorgen), este mes (deze maand), este fin de semana (dit weekend). De vorm: haber (presente) + participio. Bijvoorbeeld:

Hoy he visitado mi hermano.
Vandaag ben ik bij mijn broer op bezoek geweest.

Pretérito pluscuamperfecto

Dit wordt gebruikt om gebeurtenissen in het verleden uit te drukken, die ook zijn voltooid op een bepaald moment in het verleden. De vorm: haber (préterito imperfecto) + participio. Bijvoorbeeld:

Cuando llegué a casa, Carlos había salido para el Instituto.
Toen ik thuis kwam was Carlos vertrokken naar school.

Pretérito anterior

<<Nader uit te werken>>

<<voorbeeld met 'hube' + participio >>

Futuro compuesto

Dit wordt gebruikt om toekomstige gebeurtenissen uit te drukken die voor een andere toekomstige gebeurtenis hebben plaatsgevonden. De vorm: haber (futuro) + participio. Bijvoorbeeld:

Yo saldré al escenario y tu ya habrás subido el telón.

Participio Presente / Gerundio (tegenwoordig deelwoord)

De gerundio eindigt op -iendo of -ando.

Dit is een vorm die wordt gebruikt om gebeurtenissen die plaats vinden op het moment van spreken. Vaak wordt deze vorm gebruikt met het hulpwerkwoord estar. In het Nederlands bestaat deze vorm ook, maar wordt niet zo veel gebruikt.

Estoy aprendiendo.
Ik ben lerende.

Nog een ander voorbeeld waar je in het Nederlands een wat voor de hand liggendere formulering gebruikt:

Está lloviendo.
Het regent. (Het is aan het regenen.)